ECLI:NL:CRVB:2009:BJ2533
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- J.J.A. Kooijman
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag WWIK-uitkering wegens ontbreken wettelijke grondslag en consistente gedragslijn
Appellante, een afgestudeerde muzikant en zelfstandig kunstenaar, vroeg een WWIK-uitkering aan die door het College van burgemeester en wethouders van Rotterdam werd afgewezen op advies van Stichting Kunstenaars & Co. De rechtbank vernietigde het eerste besluit wegens onzorgvuldigheid, waarna het College een nieuw besluit nam, wederom gebaseerd op een negatief advies van Kunstenaars & Co.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het tweede besluit gegrond vanwege het ontbreken van een hoorplicht, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat het advies zorgvuldig was gemotiveerd en appellante voldoende gelegenheid had gehad te reageren. Appellante ging in hoger beroep tegen deze beslissing.
De Raad oordeelde dat het ontbreken van een algemene maatregel van bestuur als wettelijke grondslag betekent dat het College een buitenwettelijke gedragslijn hanteert, die slechts marginaal getoetst kan worden. De Raad stelde vast dat deze gedragslijn consistent is toegepast en dat de kritiek van appellante vooral neerkomt op een andere waardering van haar professionaliteit, wat onvoldoende is om het besluit te vernietigen.
Het hoger beroep werd afgewezen, het verzoek tot wettelijke rente geweigerd en er werden geen proceskosten toegekend. De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en de rechtsgevolgen daarvan.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het bestreden besluit tot afwijzing van de WWIK-uitkering wordt bevestigd.