ECLI:NL:CRVB:2005:AT4032
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht
Appellanten ontvingen een bijstandsuitkering die werd ingetrokken en teruggevorderd omdat zij beschikten over vermogen dat hoger was dan het vrij te laten bescheiden vermogen, zonder dit aan gedaagde te melden. Na een onderzoek door sociale recherche en een hoorzitting heeft het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam besloten de uitkering met terugwerkende kracht in te trekken en de onterecht ontvangen bedragen terug te vorderen.
Appellanten voerden in hoger beroep onder meer aan dat de hoorplicht was geschonden, dat het verhoor onjuist was vastgelegd, en dat de procedure onredelijk lang had geduurd. De Raad verwierp deze grieven, oordeelde dat de verklaringen van appellanten betrouwbaar waren en dat er geen sprake was van schending van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro.
De Raad stelde vast dat appellanten redelijkerwijs konden beschikken over het vermogen en dat er geen dringende redenen waren om van terugvordering af te zien. De intrekking en terugvordering werden dan ook bevestigd, waarbij rekening werd gehouden met de geldende verjaringstermijn en de beslagvrije voet bij aflossing.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering wegens schending van de inlichtingenplicht.