ECLI:NL:CRVB:2005:AT4961
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van maatregelen wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten bij bijstandsuitkering
Appellant, ontvanger van een bijstandsuitkering, werd meerdere malen een verlaging van zijn uitkering opgelegd wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten en het niet naleven van verplichtingen zoals inschrijving bij uitzendbureaus en medewerking aan medisch onderzoek door de GGD. Deze maatregelen varieerden van 10% tot 100% verlaging gedurende verschillende periodes.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant ongegrond en niet-ontvankelijk waar het ging om het niet tijdig beslissen op bezwaar. In hoger beroep betoogde appellant onder meer dat hij als arbeidsgehandicapte in de zin van de Wet Rea moest worden beschouwd, waardoor hij niet aan de sollicitatieverplichtingen hoefde te voldoen.
De Raad oordeelde dat appellant niet voldeed aan de sollicitatieverplichtingen en dat de maatregelen terecht waren opgelegd. Er was geen bewijs dat appellant op medische gronden niet kon solliciteren. De Raad verwierp het beroep op de Wet Rea en bevestigde dat de besluiten bevoegd en conform de Awb waren genomen. De opgelegde maatregelen waren proportioneel en in overeenstemming met het Maatregelenbesluit.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de eerdere uitspraken en zag geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de opgelegde maatregelen wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten en weigering medewerking aan GGD-onderzoek.