ECLI:NL:CRVB:2005:AT5338
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C. Bruning
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek heropening WAO-uitkering wegens geen nieuwe feiten
De appellant verzocht de heropening van zijn WAO-uitkering, die in 1990 was ingetrokken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Hij baseerde zijn verzoek op een rapport van psycholoog Smit uit 1999, waarin ernstige psychische problemen werden vastgesteld, en op een beroep op het gelijkheidsbeginsel.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna de appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. Deze oordeelde dat het rapport van psycholoog Smit een andere interpretatie van reeds bekende feiten betrof en geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden in de zin van artikel 4:6 Awb Pro. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagde niet.
Daarnaast werd een verzoek om toepassing van artikel 43a WAO (Wet Amber) afgewezen omdat niet werd voldaan aan de voorwaarden voor heropening van de uitkering, met name de eis dat de uitkering minder dan vijf jaar voor 29 december 1995 was ingetrokken.
De Raad bevestigde daarmee de eerdere uitspraken en oordeelde dat het bestuursorgaan niet onredelijk had gehandeld. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
De uitspraak werd gedaan door voorzitter Van Voorst en leden Bruning en Bijloos op 20 april 2005.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering en wijst het verzoek tot heropening af wegens het ontbreken van nieuwe feiten.