ECLI:NL:CRVB:2005:AT7622
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- R.C. Stam
- O.J.D.M.L. Jansen
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkstelling bestuurder voor onbetaalde premies na bedrijfsbeëindiging
De zaak betreft de aansprakelijkstelling van betrokkene, directeur van een horecabedrijf dat haar activiteiten heeft gestaakt, voor onbetaalde premies werknemersverzekeringen over de jaren 1992 tot en met 1995. Het bestuursorgaan stelde betrokkene aansprakelijk op grond van artikel 16d van de Coördinatiewet Sociale Verzekering. Betrokkene stelde bezwaar tegen deze aansprakelijkstelling en voerde onder meer aan dat het bestuursorgaan onnodig lang had getalmd en dat hij in bewijsnood was geraakt.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond vanwege het talmen van het bestuursorgaan en het ontbreken van een deugdelijke motivering, met name het niet overleggen van premienota’s. Het bestuursorgaan stelde hoger beroep in tegen het oordeel over het talmen, terwijl betrokkene hoger beroep instelde tegen de gegrondverklaring van het bezwaar. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het bestuursorgaan niet onnodig had getalmd, gezien de omstandigheden en de inspanningen die waren verricht.
De Raad stelde vast dat het bestuursorgaan met het besluit van 12 juni 2003 deels het motiveringsgebrek had hersteld door premienota’s te overleggen, maar dat vier premienota’s ontbraken. Daarom werd het beroep van betrokkene gegrond verklaard en het besluit vernietigd voor zover het bedrag hoger was dan het bedrag van de overgelegde nota’s. Betrokkene werd aansprakelijk gesteld tot een verminderd bedrag. Het hoger beroep van betrokkene tegen het besluit van 8 september 2000 werd niet-ontvankelijk verklaard. Tevens werd het bestuursorgaan veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt gegrond verklaard voor het deel van de aansprakelijkstelling boven fl. 48.773,92 (€ 22.132,64), met vermindering van het bedrag waarvoor hij aansprakelijk is gesteld.