ECLI:NL:CRVB:2005:AU2890
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- H.J. de Mooij
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Beëindiging bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht en verzwegen arbeidsinkomsten
Appellanten ontvingen een bijstandsuitkering op grond van de Algemene bijstandswet (Abw). Naar aanleiding van meldingen over zwartwerken bij een agrarisch bedrijf heeft de sociale recherche onderzoek verricht, inclusief observaties en getuigenverhoren. Uit het rapport van 28 maart 2002 blijkt dat appellant meer uren werkte dan opgegeven.
Appellant verklaarde minder uren te werken dan de observaties aantonen, waaronder aanwezigheid buiten reguliere uren en in het weekend. De Raad gaat ervan uit dat aanwezigheid tijdens reguliere uren duidt op het verrichten van waardevolle arbeid, tenzij het tegendeel aannemelijk is gemaakt, wat hier niet het geval is.
Door het niet correct en tijdig melden van de omvang van de werkzaamheden en inkomsten is de inlichtingenplicht geschonden. Dit leidde tot onzekerheid over de rechtmatigheid van de bijstand. De gemeente beëindigde daarom de uitkering met ingang van 1 maart 2002. De rechtbank en de Raad bevestigden deze beslissing, waarbij het hoger beroep van appellanten werd afgewezen.
De Raad ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en bevestigt het besluit van de gemeente. Hiermee wordt de rechtmatigheid van het beëindigen van de bijstand op grond van schending van de inlichtingenplicht en verzwegen inkomsten bekrachtigd.
Uitkomst: De bijstandsuitkering is beëindigd wegens schending van de inlichtingenplicht en verzwegen arbeidsinkomsten.