ECLI:NL:CRVB:2005:AU4257
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- R.H.M. Roelofs
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering na ontvangst erfdeel
Appellante ontving sinds november 1997 een bijstandsuitkering. Na melding van haar erfdeel uit de nalatenschap van haar vader, blokkeerde de gemeente Helmond de bijstandsuitkering en trok deze met terugwerkende kracht in vanaf november 1999. Tevens werd een terugvordering ingesteld wegens vermogen boven de vrijlatingsgrens.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de intrekking van de bijstand onterecht is toegepast zonder voorafgaande herziening. Daarom vernietigt de Raad het besluit tot intrekking en herroept het besluit van 23 juli 2001 voor zover het de intrekking betreft.
Ten aanzien van de terugvordering stelt de Raad dat het erfdeel vanaf de datum van overlijden van de vader als vermogen moet worden beschouwd, ongeacht de latere verdeling of uitbetaling. De terugvordering is daarom terecht vanaf die datum vastgesteld. De Raad veroordeelt de gemeente Helmond tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellante.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstand wordt herroepen, maar de terugvordering van bijstandskosten vanaf datum overlijden vader wordt bevestigd.