ECLI:NL:CRVB:2005:AU5076
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- C. van Viegen
- S.W. van Osch-Leysma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ontheffing arbeidsinschakelingsverplichtingen bij bijstandsuitkering
Appellante ontvangt sinds 1992 een bijstandsuitkering en verzocht om een volledige en onbepaalde ontheffing van de arbeidsinschakelingsverplichtingen. De gemeente baseerde haar besluiten op medisch en arbeidskundig onderzoek door Aob. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, wat door de Centrale Raad van Beroep werd bevestigd.
De Raad oordeelde dat de gemeente zorgvuldig heeft gehandeld door te vertrouwen op de adviezen van verzekeringsartsen en Aob, zonder dat nader medisch onderzoek noodzakelijk was. Appellante had geen objectieve medische gegevens overgelegd die de bevindingen van deze artsen tegenspraken. Ook het beroep op het recht op een onafhankelijk medisch onderzoek en de verwijzing naar artikel 6 EVRM Pro werden verworpen.
Verder stelde appellante dat zij mantelzorg verleent aan haar echtgenoot, wat een ontheffing zou rechtvaardigen. De Raad vond de onderbouwing hiervoor onvoldoende, mede omdat professionele thuiszorg recent was aangevraagd. Ook was het niet onzorgvuldig van de gemeente om geen huisbezoek af te leggen.
De Raad bevestigde het besluit van 21 oktober 2003 waarin appellante geschikt werd geacht passend werk te aanvaarden met een beperking van 20 arbeidsuren per week. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van volledige ontheffing arbeidsinschakelingsverplichtingen wordt bevestigd.