ECLI:NL:CRVB:2005:AU5090
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Terugvordering onverschuldigd betaalde WAO-uitkering aan werknemer na faillissement werkgever
De zaak betreft de terugvordering van een bedrag van €7.344,74 aan onverschuldigd betaalde WAO-uitkering aan een werknemer, waarbij de betaling via de werkgever verliep die inmiddels failliet is verklaard. De werknemer had de uitkering ontvangen over de periode van mei 2000 tot juni 2001, terwijl hij gedeeltelijk was hersteld en werkte.
De rechtbank had eerder geoordeeld dat er sprake was van dringende redenen om van terugvordering af te zien, omdat de werknemer niet betrokken was bij het ontstaan van de terugvordering, hij zijn reïntegratieverplichtingen was nagekomen, en het faillissement van de werkgever het instellen van een loonvordering zinloos maakte. De rechtbank vernietigde het terugvorderingsbesluit en gaf appellant opdracht een nieuw besluit te nemen.
In hoger beroep stelde appellant dat de omstandigheden geen dringende redenen opleveren en dat schending van beginselen van behoorlijk bestuur geen grond is om van terugvordering af te zien. De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit standpunt en oordeelde dat het nadeel door het faillissement voor risico van de werknemer komt, die de machtiging had afgegeven om de uitkering via de werkgever te laten lopen.
De Raad concludeerde dat de terugvordering in rechte standhoudt en verklaarde het hoger beroep gegrond, waarmee het eerdere vonnis van de rechtbank werd vernietigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van €7.344,74 aan onverschuldigde WAO-uitkering van de werknemer ondanks het faillissement van zijn werkgever.