ECLI:NL:CRVB:2005:AU5544
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- R.P.Th. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Beoordeling invaliditeitspercentage partiële PTSS bij militaire gepensioneerde
De zaak betreft een hoger beroep van de Staatssecretaris van Defensie tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage die het besluit van 17 april 2003 vernietigde en appellant opdroeg een nieuw besluit te nemen over het invaliditeitspercentage van gedaagde. Gedaagde had een invaliditeitspensioen van 70% wegens post-traumatische encephalopathie, maar stelde dat zijn psychische klachten voortkwamen uit een naast deze encephalopathie gediagnosticeerde partiële PTSS.
De rechtbank had geoordeeld dat appellant ten onrechte de invaliditeit als gevolg van de PTSS niet had vastgesteld en achtte een invaliditeitspercentage van 10% gerechtvaardigd. Appellant handhaafde het percentage op minder dan 10%, wat wederom door de rechtbank werd vernietigd.
De Raad stelt vast dat de rechtbank een onjuiste maatstaf hanteerde door zich alleen te richten op de aanwezigheid van klachten en niet op de impact daarvan op het dagelijks functioneren in vergelijking met valide leeftijdgenoten. Uit medische stukken blijkt dat gedaagde, ondanks klachten, zelfstandig functioneert en nauwelijks slechter af is dan een valide leeftijdgenoot.
De Raad onderschrijft het standpunt van appellant dat het invaliditeitspercentage wegens partiële PTSS minder dan 10% bedraagt en verklaart het beroep van gedaagde ongegrond. Tevens vernietigt de Raad het besluit van 20 april 2004 dat appellant ter uitvoering van de eerdere uitspraak had genomen.
Uitkomst: Het beroep van gedaagde wordt ongegrond verklaard en het invaliditeitspercentage wegens partiële PTSS vastgesteld op minder dan 10%.