ECLI:NL:CRVB:2005:AU6831
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens verwijtbaar gedrag bij ontslag op staande voet
Appellant werd op staande voet ontslagen wegens herhaaldelijk bekijken van pornografisch materiaal via internet tijdens werktijd bij klant SHV, wat het vertrouwen van de werkgever schaadde. De kantonrechter verklaarde het ontslag nietig omdat de dringende reden niet bewezen was, maar de bestuursrechtelijke procedure beoordeelde dit anders.
De Raad oordeelde dat appellant verwijtbaar werkloos is geworden en dat de weigering van de WW-uitkering terecht is. Appellant mocht reageren op schriftelijke getuigenverklaringen, maar zijn verweer werd verworpen omdat hij onvoldoende bewijs leverde en zijn ontkenning niet aannemelijk maakte.
De Raad bevestigde dat appellant wist dat dergelijk gedrag niet werd getolereerd, mede door eerdere berispingen. De terugvordering van onverschuldigd betaalde uitkeringen is eveneens rechtmatig. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad bevestigt de weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbaar gedrag en handhaaft de terugvordering van onverschuldigde betalingen.