ECLI:NL:RBARN:2007:AZ8645
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- E. Klein Egelink
- D.S.M. Bak
- G.H.W. Bodt
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding en terugvordering met gedeeltelijke vernietiging maatregel
Eiseres ontving bijstand volgens de alleenstaande-norm en huurde vanaf 1 juli 2005 een kleine kamer bij haar kamerverhuurder. Verweerder stelde op grond van een huisbezoek en onderzoek vast dat er sprake was van een gezamenlijke huishouding tussen eiseres en haar kamerverhuurder, ondanks de stelling van eiseres dat het een commerciële huurrelatie betrof. De kamer was klein en ongeschikt voor zelfstandige bewoning, persoonlijke spullen bevonden zich in de woning van de verhuurder, en er was sprake van gedeelde zorg voor het huishouden.
Verweerder trok de bijstand per 28 juni 2005 in en vorderde de te veel ontvangen bijstand terug. Tevens legde hij een maatregel op die bij een nieuwe aanvraag binnen twaalf maanden een verlaging van de uitkering met 20% zou inhouden. De rechtbank bevestigde dat de intrekking en terugvordering terecht waren omdat eiseres niet had voldaan aan haar inlichtingenplicht en de gezamenlijke huishouding niet had gemeld.
De rechtbank oordeelde echter dat de aankondiging van de maatregel geen besluit in de zin van de Awb is en dat het bezwaar tegen de maatregel ten onrechte ontvankelijk was verklaard. De maatregel zelf kan bij een nieuwe aanvraag worden opgelegd en is een strafrechtelijke sanctie gericht op afschrikking. De rechtbank vernietigde daarom het besluit tot oplegging van de maatregel, verklaarde het bezwaar niet ontvankelijk en veroordeelde verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eiseres.
Uitkomst: Bijstand werd terecht ingetrokken en teruggevorderd wegens gezamenlijke huishouding, maar de maatregel bij hernieuwde aanvraag werd vernietigd.