ECLI:NL:CRVB:2005:AU9057
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- M.A. Hoogeveen
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Seizoenmatige arbeid in attractiepark kwalificeert voor WW-uitkering
De zaak betreft een hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) tegen uitspraken van de rechtbank Zwolle over de weigering van WW-uitkeringen aan twee werknemers die in een attractiepark werkten.
De rechtbank had geoordeeld dat de sluiting van het attractiepark in de wintermaanden niet op klimatologische gronden was gebaseerd, waardoor de werkzaamheden niet als seizoenmatig konden worden aangemerkt. UWV was het hiermee niet eens en stelde dat de sluiting wel degelijk klimatologisch bepaald was en dat de arbeid als seizoenmatig moest worden beschouwd.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat het attractiepark gedurende de wintermaanden volledig gesloten was voor het publiek en dat de sluiting het gevolg was van klimatologische omstandigheden. Hoewel er beperkt personeel bleef voor onderhoud en administratie, was dit niet van wezenlijk belang voor de bedrijfsactiviteiten. Daarom kwalificeert de arbeid als seizoenmatig in de zin van artikel 4b, zesde lid, van de Regeling.
De Raad verklaarde het hoger beroep van UWV niet-ontvankelijk, verklaarde de beroepen van de werknemers gegrond, vernietigde de bestreden besluiten en bepaalde dat UWV nieuwe besluiten moet nemen. Tevens veroordeelde de Raad UWV tot betaling van proceskosten aan de werknemers.
Uitkomst: De Raad vernietigt de bestreden besluiten en bepaalt dat de werkzaamheden als seizoenmatige arbeid gelden, waardoor nieuwe besluiten moeten worden genomen.