ECLI:NL:CRVB:2006:AU9217
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Verlaging bijstandsnorm bij bewoning motorjacht als woning volgens WWB
In deze zaak is hoger beroep ingesteld tegen een besluit van de gemeente Maastricht waarbij een verlaging van de bijstandsnorm is toegepast op grond van de woonsituatie van de belanghebbende, die op een motorjacht woont. De voorzieningenrechter had het beroep gegrond verklaard en het besluit vernietigd.
De Centrale Raad van Beroep stelt vast dat een woonschip onder de WWB als woning wordt beschouwd en dat verlaging van de norm mogelijk is indien de belanghebbende lagere noodzakelijke kosten van bestaan heeft als gevolg van de woonsituatie. De raad constateert dat de belanghebbende geen woonkosten heeft in de zin van de gemeentelijke verordening, waardoor de verlaging van 15% van het netto-minimumloon terecht is toegepast.
De Raad overweegt dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die een afwijking van deze verlaging rechtvaardigen. Kosten voor het onderhoud van het motorjacht worden niet als noodzakelijke woonlasten beschouwd. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter vernietigd.
De Raad ziet geen aanleiding voor een voorlopige voorziening of proceskostenveroordeling en bevestigt daarmee de toepassing van de gemeentelijke verordening binnen de kaders van de WWB.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de verlaging van de bijstandsnorm conform de gemeentelijke verordening gehandhaafd.