ECLI:NL:CRVB:2006:AU9495
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Herziening bijstandsuitkering wegens onjuiste inkomensvaststelling en ontbindingsvergoeding
Appellante ontving een bijstandsuitkering als alleenstaande ouder. Gedaagde had het recht op bijstand herzien en ingetrokken vanwege vermeend te hoog inkomen in augustus en september 2002, mede gebaseerd op een nabetaling en een ontbindingsvergoeding na beëindiging van de arbeidsovereenkomst.
De Raad oordeelt dat de nabetaling onterecht volledig aan september 2002 is toegerekend, terwijl deze betrekking had op een langere periode. Ook is onvoldoende vastgesteld over welke periode de ontbindingsvergoeding betrekking heeft, terwijl deze vergoeding bedoeld is als aanvulling op inkomen na ontslag.
Hierdoor kan de herziening en intrekking van het recht op bijstand over de betrokken maanden niet in stand blijven. De Raad vernietigt het besluit en beveelt gedaagde een nieuw besluit te nemen met correcte inkomensvaststelling.
Het verzoek om vergoeding van immateriële schade wordt afgewezen wegens gebrek aan bewijs van geestelijk letsel. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en gedaagde opgedragen een nieuw besluit te nemen.