ECLI:NL:CRVB:2006:AV1179
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- C. van Viegen
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Beëindiging bijstandsuitkering wegens niet-rechtmatig verblijf van Turkse appellant
Appellant, een Turkse nationaliteit hebbende, kreeg bijstand toegekend vanaf 30 mei 2002 in afwachting van zijn verblijfsvergunningprocedure. Het College van burgemeester en wethouders beëindigde deze bijstand per 19 februari 2003 op grond van niet-rechtmatig verblijf, zoals bevestigd door de Minister van Vreemdelingenzaken en Integratie.
De rechtbank had eerder het beroep van appellant tegen deze beëindiging ongegrond verklaard, waarbij werd vastgesteld dat appellant geen verblijfsrecht ontleende aan het Associatiebesluit 1/80 en dat het beroep op artikel 13 van Pro het Europees Sociaal Handvest niet slaagt.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de bijstand vanaf een eerdere datum had moeten ingaan, maar de Raad oordeelde dat geen bewijs was geleverd van een eerdere aanvraag of bijzondere omstandigheden. Verder bevestigde de Raad dat appellant niet viel onder de gelijkstelling met een Nederlander op grond van de Algemene bijstandswet en dat de beëindiging terecht was.
Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en er werd geen veroordeling in de proceskosten uitgesproken. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De bijstandsuitkering werd terecht beëindigd wegens het ontbreken van rechtmatig verblijf en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.