ECLI:NL:CRVB:2006:AV7767
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- T.L. de Vries
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaar korting en terugvordering WAO-uitkering wegens niet gemelde inkomsten
Appellant ontvangt sinds 1998 een WAO-uitkering en heeft vanaf maart 2002 tot april 2003 werkzaamheden verricht zonder dit te melden, wat leidde tot een korting op zijn uitkering en terugvordering van onverschuldigde betalingen.
De bezwaren van appellant tegen deze besluiten werden door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) deels niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn en deels ongegrond. De rechtbank bevestigde deze beslissingen.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat een telefoongesprek als bezwaar moest worden aangemerkt en dat de terugvordering niet kon plaatsvinden zonder toetsing van het moederbesluit. De Raad oordeelde dat mondeling bezwaar niet voldoet aan de Awb en dat het moederbesluit rechtens onaantastbaar is geworden door niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar.
De Raad bevestigde ook de boeteoplegging wegens het verzwijgen van inkomsten en oordeelde dat de totale behandelingsduur niet onredelijk was in het kader van het EVRM.
De uitspraak van de rechtbank wordt daarmee bevestigd en de terugvordering en boete blijven gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar en handhaaft de terugvordering en boete.