ECLI:NL:CRVB:2006:AX8886
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ophoging arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens ontbreken hulpbehoevendheid
Appellant heeft sinds december 1994 ernstige handicaps en stelt grotendeels afhankelijk te zijn van derden voor dagelijkse levensverrichtingen. Hij betwist de juistheid van de door de huisarts verstrekte informatie en verzoekt om een onafhankelijk onderzoek door een revalidatiearts.
De Raad verwijst naar het beleid van het UWV en eerdere jurisprudentie omtrent de uitleg van 'geregelde oppassing' en 'geregelde verzorging'. Uit de medische gegevens blijkt dat appellant beperkingen heeft door rugklachten en soms hulp nodig heeft bij essentiële dagelijkse levensverrichtingen, maar niet dat hij geregeld aanwijzingen of permanent toezicht nodig heeft.
De Raad acht het onderzoek van het UWV, dat gebaseerd is op informatie van de huisarts, voldoende zorgvuldig en ziet geen aanleiding voor nader onderzoek. Omdat appellant niet voldoet aan de criteria voor geregelde oppassing, komt hij niet in aanmerking voor verhoging van zijn uitkering. De Raad bevestigt daarmee het eerdere vonnis van de rechtbank.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 9 juni 2006.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering tot ophoging van de arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens het ontbreken van een toestand van hulpbehoevendheid die geregeld oppassing en verzorging vereist.