ECLI:NL:CRVB:2006:AY0091
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omzetting AWW-pensioen naar ANW-uitkering zonder strijd met algemene rechtsbeginselen
Appellante maakte bezwaar tegen de omzetting van haar weduwenpensioen ingevolge de Algemene Weduwen- en Wezenwet (AWW) naar een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW). De Sociale verzekeringsbank (Svb) had bij de vaststelling van de hoogte van de ANW-uitkering rekening gehouden met het invaliditeitspensioen van appellante, wat tot een lager bedrag leidde.
De rechtbank had het bezwaar deels gegrond verklaard en deels niet-ontvankelijk, maar in hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep het besluit van de Svb. De Raad overwoog dat de omzetting van het pensioen naar de uitkering een wettelijk toegestane wijziging betreft en dat de toepassing van de ANW-regels, waaronder het in mindering brengen van ander inkomen, niet in strijd is met algemene rechtsbeginselen of internationale verdragen.
De Raad verwees naar eerdere uitspraken en het arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in de zaak Goudswaard-van der Lans, waarin klachten over de omzetting niet ontvankelijk werden verklaard en geen sprake was van onevenredig nadeel. Partijen waren niet verschenen bij de zitting, en de Raad wees een verzoek om proceskostenvergoeding af.
Hieruit volgt dat de omzetting van het AWW-pensioen naar een ANW-uitkering en de wijze van vaststelling van de hoogte van die uitkering rechtmatig zijn, en dat het hoger beroep van appellante wordt afgewezen.
Uitkomst: De omzetting van het AWW-weduwenpensioen naar een ANW-nabestaandenuitkering is rechtmatig en niet in strijd met algemene rechtsbeginselen of internationale verdragen.