ECLI:NL:CRVB:2006:AY0668
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek terugwerkende bijstandsuitkering wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellante verzocht om bijstand met terugwerkende kracht vanaf 23 december 2003 nadat haar eerdere uitkering was beëindigd wegens het niet voldoen aan oproepen van de sociale dienst. Het College kende bijstand toe vanaf de datum van aanvraag, 5 april 2004, maar wees terugwerkende kracht af. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze beslissing ongegrond.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat de ingangsdatum van de bijstand terecht is vastgesteld volgens de artikelen 43 en 44 van de WWB, waarbij voor perioden vóór 1 januari 2004 de materiële bepalingen van de Algemene bijstandswet (Abw) gelden. De Raad benadrukt dat bijstand in beginsel niet wordt verleend over perioden voorafgaand aan de melding bij het CWI of de aanvraag, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen.
De door appellante overgelegde psychologische verklaringen bieden onvoldoende grondslag om aan te nemen dat zij vanwege psychische klachten niet in staat was tijdig een aanvraag in te dienen of een derde hiertoe te machtigen. Ook andere omstandigheden rechtvaardigen geen terugwerkende bijstand. De Raad bevestigt daarom het oordeel van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de terugwerkende bijstandsuitkering bevestigd.