ECLI:NL:CRVB:2006:AY4919
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging verlaging bijstandsuitkering wegens onvoldoende medewerking aan trajectplan
Appellante ontving sinds 1999 een bijstandsuitkering en kreeg in 2005 twee verlagingen opgelegd wegens weigering mee te werken aan het opstellen van een trajectplan. De eerste maatregel betrof maart 2004 en was gebaseerd op het niet meewerken aan het trajectplan, gekwalificeerd als een gedraging die de inschakeling in de arbeid belemmert (derde categorie). De tweede maatregel betrof april 2004 en was gebaseerd op voortzetting van deze weigering.
De Raad oordeelt dat appellante terecht werd gesanctioneerd, maar dat de gedraging in maart 2004 onjuist is gekwalificeerd als derde categorie; deze behoort tot de tweede categorie, wat een lagere sanctie rechtvaardigt. Daarom vernietigt de Raad het besluit voor maart 2004, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Voor april 2004 is de maatregel terecht opgelegd en blijft deze gehandhaafd.
De medische rapportage van psychiater Van Meer bood geen objectieve grond om te concluderen dat appellante op medische gronden niet kon meewerken. De Raad veroordeelt het College in de proceskosten van appellante en bepaalt dat de gemeente Rotterdam het betaalde griffierecht vergoedt.
Uitkomst: Besluit verlaging bijstandsuitkering maart 2004 vernietigd, maatregel april 2004 gehandhaafd, College veroordeeld in proceskosten.