ECLI:NL:CRVB:2006:AY7543
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op plaatsingsbudgetten voor reïntegratiebedrijven met WIW-werknemers
Appellante heeft subsidies in de vorm van plaatsingsbudgetten aangevraagd voor werknemers met wie zij vóór 1 januari 2002 arbeidsovereenkomsten had gesloten. Het Uwv heeft deze aanvragen afgewezen omdat dienstbetrekkingen in het kader van de WIW niet als dienstbetrekking in de zin van de Wet REA worden aangemerkt, waardoor geen recht op plaatsingsbudget bestond.
De rechtbank heeft het beroep van appellante ongegrond verklaard, en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat het overgangsrecht in artikel 87b van de Wet REA niet ziet op dienstbetrekkingen in de zin van de WIW en dat het systeem van premievrijstelling juist bedoeld is voor deze categorie werknemers.
Appellante stelde verder dat zij niet optreedt als uitvoerder namens gemeenten, maar als reguliere werkgever, en dat de arbeidsovereenkomsten geen WIW-dienstbetrekkingen zijn. De Raad oordeelt echter dat appellante door gemeenten is aangewezen als rechtspersoon volgens artikel 8 WIW Pro en dat de arbeidsovereenkomsten wel degelijk WIW-dienstbetrekkingen zijn.
Ten slotte faalt het beroep op het gelijkheidsbeginsel omdat een beperkt aantal foutieve toekenningen door het Uwv niet leidt tot continuering van de onjuiste toepassing. Het hoger beroep wordt afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van plaatsingsbudgetten bevestigd.