ECLI:NL:CRVB:2010:BL4283
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van werkgeversboete wegens niet tijdig indienen re-integratieplan volgens artikel 71a WAO
Een werkgever (appellante) kreeg een boete opgelegd van €454 wegens het niet tijdig indienen van een volledig re-integratieplan voor een zieke werknemer, waarbij de uiterste datum 16 september 2002 was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, wat de Centrale Raad van Beroep bevestigde.
De Raad onderzocht of artikel 3 van Pro het Besluit minimumeisen reïntegratieplan 1997 voldoende duidelijkheid bood over de termijn voor het indienen van het plan en concludeerde dat dit het geval is. Tevens werd beoordeeld of het Boetebesluit socialezekerheidswetten een toereikende wettelijke grondslag bood voor de boete, wat werd bevestigd. Het argument van appellante dat sprake was van ne bis in idem werd verworpen.
Verder oordeelde de Raad dat het Uwv terecht geen dringende reden had gevonden om af te zien van de boete en dat de verwijzing naar eerdere onregelmatigheden in de uitvoeringspraktijk onvoldoende was om het gelijkheidsbeginsel of het verbod van willekeur te onderbouwen. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank Rotterdam werd bevestigd.
Uitkomst: De boete wegens het niet tijdig indienen van het re-integratieplan wordt bevestigd en het beroep ongegrond verklaard.