ECLI:NL:CRVB:2006:AY7702
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H.G. Rottier
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Ontzegging WW-uitkering wegens niet reële beschikbaarheid voor arbeid na verlies A-status topsporter
Betrokkene was sinds 2001 als topsporter met A-status in dienst van een stichting en verzekerd voor de WW. Na verlies van deze status in maart 2003 werd het dienstverband beëindigd en vroeg betrokkene een WW-uitkering aan. Het UWV weigerde deze uitkering omdat betrokkene niet reëel beschikbaar was voor arbeid op de arbeidsmarkt.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene tegen dit besluit ontvankelijk en vernietigde het besluit van het UWV, stellende dat betrokkene wel beschikbaar was voor arbeid. Het UWV ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad overwoog dat het begrip beschikbaarheid een feitelijke toestand betreft, waarbij houding en gedrag van de betrokkene doorslaggevend zijn. Het niet solliciteren kon meewegen bij de beoordeling van de beschikbaarheid. Betrokkene concentreerde zich na het verlies van de A-status vrijwel volledig op trainen en studie, zonder feitelijke activiteiten die beschikbaarheid voor arbeid ondersteunen.
De Raad oordeelde dat betrokkene niet reëel beschikbaar was voor arbeid en vernietigde het vonnis van de rechtbank. Het beroep tegen het besluit van het UWV werd ongegrond verklaard, waarmee de ontzegging van de WW-uitkering stand hield.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot ontzegging van de WW-uitkering wordt ongegrond verklaard omdat betrokkene niet reëel beschikbaar was voor arbeid.