ECLI:NL:CRVB:2006:AY8759
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J.W. Schuttel
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WAZ-uitkering wegens toerekening inkomsten aan juiste periode
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAZ-uitkering over de periode 1 januari 2003 tot en met 2 juni 2003 te verlagen vanwege inkomsten uit arbeid en om een bedrag van €3.313,60 terug te vorderen. Hij stelde dat zijn inkomsten voornamelijk na 2 juni 2003 waren verdiend en dat deze niet aan de eerdere periode toegerekend mochten worden.
De rechtbank wees het beroep af en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad overwoog dat volgens vaste jurisprudentie de inkomsten van een zelfstandige gelijkelijk over het boekjaar moeten worden toegerekend aan de maanden van dat jaar. Appellant had niet gesteld dat het UWV onjuiste bedragen of methoden had gebruikt bij de toerekening.
De Raad vond geen dringende redenen om af te zien van de terugvordering en oordeelde dat het feit dat appellant een kleine zelfstandige zonder loondervingsverzekering is, geen reden is om hiervan af te wijken. De terugvordering van het onverschuldigd betaalde bedrag is daarmee rechtmatig.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van €3.313,60 wegens correcte toerekening van inkomsten aan de periode tot 2 juni 2003.