ECLI:NL:RBDHA:2024:5375
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toerekening inkomsten zelfstandige voor WAO-uitkering 2020
Eiser maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV waarin zijn WAO-uitkering over 2020 op nihil werd vastgesteld vanwege een inkomen van €43.798,-. Hij betoogde dat de methode van toerekening van inkomsten niet correct was, omdat de hogere omzet in het derde kwartaal buiten beschouwing zou moeten blijven vanwege de start van zijn AOW en het beëindigen van de WAO.
De rechtbank overwoog dat volgens vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep het inkomen van een zelfstandige op jaarbasis wordt vastgesteld en gelijkelijk over het jaar wordt toegerekend. De flexibiliteit van de ondernemer in het bepalen van het moment van uitbetaling van inkomsten, zoals een bonus, maakt een kwartaaltoerekening niet representatief.
De rechtbank volgde het standpunt van het UWV dat de gegevens van de Belastingdienst als uitgangspunt dienen en zag geen reden om af te wijken van de gehanteerde systematiek. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het UWV-besluit blijft in stand.