ECLI:NL:CRVB:2006:AY8953
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herroeping intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens vermogen in het buitenland
Appellanten ontvingen bijstand vanaf januari 2000. Het College concludeerde na onderzoek dat zij onroerend goed in Kosovo bezaten en dit in 2002 verkochten zonder dit te melden, waardoor de bijstand werd ingetrokken en teruggevorderd.
De rechtbank vernietigde het besluit tot intrekking, maar handhaafde de rechtsgevolgen daarvan. Appellanten gingen tegen dit standpunt in hoger beroep. De Raad stelde vast dat het College de Wet werk en bijstand (WWB) als bevoegdheidsgrondslag had moeten gebruiken in plaats van de Algemene bijstandswet (Abw).
De Raad oordeelde dat appellanten vanwege de onzekere eigendomsrechten in Kosovo niet redelijkerwijs over het vermogen konden beschikken tijdens de bijstandsperiode, waardoor de intrekking onterecht was. Wel was terugvordering van onverschuldigde bijstand gerechtvaardigd omdat zij later over de opbrengst beschikten.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover deze de rechtsgevolgen in stand hield, herroept het intrekkingsbesluit en gelast het College een nieuw besluit te nemen over de terugvordering, met inachtneming van deze uitspraak. Tevens veroordeelde de Raad het College in de proceskosten.
Uitkomst: Het intrekkingsbesluit wordt herroepen en het College dient een nieuw besluit te nemen over de terugvordering met inachtneming van de uitspraak.