ECLI:NL:CRVB:2006:AZ0153
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.P.M. van de Kerkhof
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid prematuur bezwaar tegen intrekking WAO-uitkering
Appellant ontving een WAO-uitkering vanaf 5 februari 2002, die op 7 oktober 2003 werd ingetrokken wegens een arbeidsgeschiktheid van minder dan 15%. Appellant had op 4 september 2003 een bezwaarschrift ingediend tegen de keuring, nog voordat het intrekkingsbesluit was genomen, waardoor het bezwaar prematuur was. De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk en vernietigde het bestreden besluit.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dat het bezwaar te vroeg was ingediend en dat appellant niet redelijkerwijs kon menen dat het intrekkingsbesluit al genomen was. De Raad benadrukt dat termijnen voor bezwaar van openbare orde zijn en ambtshalve door de rechter moeten worden getoetst. De discretionaire bevoegdheid om een bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren geldt, behalve in de uitzonderingen van artikel 6:10 Awb Pro, ook in dit geval.
De Raad wijst erop dat het arbeidskundig onderzoek dat tot de intrekking leidde pas na het bezwaarschrift plaatsvond en dat appellant door de arbeidsdeskundige was geïnformeerd over de mogelijkheid tot bezwaar. De herhaalde indiening van het bezwaarschrift na afloop van de termijn verandert hier niets aan. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en treedt in de plaats van het vernietigde besluit.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuriteit en het bestreden besluit wordt vernietigd.