ECLI:NL:CRVB:2016:4606
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- J.T.H. Zimmerman
- J.H.M. van de Ven
- Rechtspraak.nl
Matiging bestuurlijke boete wegens schending inlichtingenplicht bij hennepkwekerij in bijstandszaak
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand en werd betrapt op het kweken van 26 hennepplanten in zijn woning. De politie trof de kwekerij aan op 13 mei 2013, waarna appellant uit zijn woning werd gezet. De officier van justitie legde een strafbeschikking van € 500,- op wegens overtreding van de Opiumwet. Het college van burgemeester en wethouders van Emmen herzag de bijstand en legde een bestuurlijke boete op wegens schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde anders. De Raad bevestigde dat het kweken van 26 planten niet als uitsluitend eigen gebruik kan worden gezien, waardoor appellant de inlichtingenplicht heeft geschonden. Het ne bis in idem-beginsel werd niet geschonden omdat de strafbeschikking en de bestuurlijke boete verschillende beschermde belangen raken.
De Raad matigde de boete met 50% tot € 330,-, rekening houdend met de eerdere strafbeschikking en de omstandigheden dat de kwekerij kort actief was en appellant uit zijn woning werd gezet. Tevens werd het college veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De bestuurlijke boete wegens schending van de inlichtingenplicht wordt gematigd tot € 330,- en het beroep van appellant wordt gegrond verklaard.