ECLI:NL:CRVB:2006:AZ2951
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- A.B.J. van der Ham
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens niet verstrekken gegevens inkomen echtgenote
Appellant ontving bijstand als alleenstaande en trouwde op 11 augustus 2003 met een Amerikaanse echtgenote. Hoewel hij aanvankelijk verklaarde niet samen te wonen, gaf hij later aan dat zijn echtgenote vanaf 30 september 2003 bij hem woonde. Het College verzocht appellant om inkomens- en vermogensgegevens van zijn echtgenote, maar appellant weigerde deze te verstrekken.
Het College schortte de bijstand op en trok deze per 30 september 2003 in wegens niet-naleving van de inlichtingenverplichting. Tevens werd een terugvordering ingesteld over de maand oktober 2003. De rechtbank vernietigde de terugvordering op grond van een verkeerde wetsartikeltoepassing, maar stelde zelf terugvordering vast op basis van een ander wetsartikel.
De Centrale Raad oordeelde dat appellant gehouden was de gevraagde gegevens te verstrekken en dat het College terecht de bijstand introk. De Raad vernietigde het deel van de uitspraak waarin de rechtbank zelf in de zaak voorzag en bevestigde dat de terugvordering terecht was gebaseerd op artikel 58, eerste lid, aanhef en onder a, van de WWB. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit bleven in stand en appellant kreeg vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wegens het niet verstrekken van inkomensgegevens van de echtgenote wordt bevestigd en de terugvordering over oktober 2003 gehandhaafd.