ECLI:NL:CRVB:2006:AZ4880
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens onjuiste woonplaats en vermogen
Appellant ontving bijstand en bijzondere bijstand vanaf februari 2003. Het College van burgemeester en wethouders van Krimpen aan den IJssel trok deze bijstand in en vorderde kosten terug omdat appellant niet op het opgegeven adres woonde en mogelijk over een te hoog vermogen beschikte.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond maar handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad dat appellant van 11 februari 2003 tot 11 februari 2004 niet in Krimpen aan den IJssel woonde, waardoor het College terecht bijstand introk en terugvorderde over die periode.
Voor de periode van 11 februari 2004 tot 1 juni 2004 is echter onvoldoende bewijs dat appellant niet in Krimpen aan den IJssel woonde of over een te hoog vermogen beschikte. Daarom wordt het besluit over die periode vernietigd en moet het College een nieuw besluit nemen. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen omdat nadere besluitvorming nodig is.
Uitkomst: Besluit tot intrekking en terugvordering bijstand over 11 februari 2004 tot 1 juni 2004 wordt vernietigd en College moet nieuw besluit nemen.