ECLI:NL:CRVB:2007:AZ7677
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ingangsdatum toekenning toeslag en verzoek terugkomen van besluit afbouw toeslag
De zaak betreft een hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam die het beroep van betrokkene tegen een besluit over de toeslag toekenning gegrond verklaarde. Betrokkene ontving een toeslag op grond van de Toeslagenwet (TW) die vanaf 2000 in drie jaar zou worden afgebouwd. De Raad oordeelde eerder dat deze afbouw in strijd was met het Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid tussen Nederland en Marokko.
Na een nieuwe aanvraag van betrokkene in 2004 stelde het UWV dat de toeslag vanaf 12 september 2003 werd voortgezet, maar handhaafde dit standpunt na bezwaar. De rechtbank vernietigde dit besluit omdat de ingangsdatum van de toeslag onjuist was vastgesteld. De Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat de toeslag in elk geval met ingang van 23 februari 2003 moet worden toegekend, conform artikel 11, zevende lid, van de TW.
De Raad overweegt dat een aanvraag na beëindiging van het recht op toeslag geen herhaalde aanvraag is en dat terugwerkende kracht van maximaal één jaar geldt. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die een ruimere terugwerkende kracht rechtvaardigen. Tevens wordt het verzoek om toepassing van artikel 8:73 Awb Pro toegewezen, waardoor wettelijke rente over de na te betalen toeslag moet worden vergoed.
Ten slotte ziet de Raad geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling, omdat geen kosten zijn gevorderd. De uitspraak bevestigt de eerdere vernietiging en legt op dat het UWV een nieuwe beslissing op bezwaar moet nemen met inachtneming van deze overwegingen.
Uitkomst: De Raad bevestigt vernietiging van het besluit en beveelt een nieuwe beslissing op bezwaar met correcte ingangsdatum toeslag.