ECLI:NL:CRVB:2003:AJ6850
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Marokkaanse WAO-gerechtigden behouden recht op toeslag volgens Toeslagenwet ondanks afbouw
De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (appellant) stelde hoger beroep in tegen uitspraken van de rechtbank Amsterdam die de afbouw van toeslagen aan Marokkaanse WAO-gerechtigden, woonachtig in Marokko, onrechtmatig achtte op grond van het Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid (NMV) tussen Nederland en Marokko.
De afbouw van de toeslag was gebaseerd op artikel 4a van de Toeslagenwet (TW) en de Wet beperking export uitkeringen. Appellant voerde aan dat de TW niet onder de materiële werkingssfeer van het NMV viel en dat de toeslag niet geëxporteerd kon worden volgens het verdrag en het Wijzigingsverdrag van 2002.
De Raad oordeelde dat de TW wel degelijk onder de werkingssfeer van het NMV valt als aanvulling op de WAO en dat de toeslag op grond van artikel 5 van Pro het NMV geëxporteerd kan worden. Het beroep van appellant op artikel 27a van het Wijzigingsverdrag, dat beperkingen stelt aan export van sociale bijstand, werd verworpen omdat de TW niet als sociale bijstand wordt aangemerkt.
De Raad bevestigde de uitspraken van de rechtbank en veroordeelde appellant tot betaling van de proceskosten van de gedaagden.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de afbouw van de toeslag op grond van de Toeslagenwet niet in strijd is met het verdrag tussen Nederland en Marokko en wijst het hoger beroep af.