ECLI:NL:CRVB:2007:AZ7681
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ingangsdatum en afbouw toeslag op grond van de Toeslagenwet
In deze zaak gaat het om het hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (appellant) tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam die het bezwaar van betrokkene tegen de afbouw van zijn toeslag op grond van de Toeslagenwet gegrond heeft verklaard. Betrokkene ontving vanaf 2000 een toeslag die in drie jaar werd afgebouwd, waarna deze per 1 januari 2003 zou worden beëindigd.
De Raad overweegt dat de afbouw van de toeslag in strijd is met het Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid tussen Nederland en Marokko, zoals eerder vastgesteld in een soortgelijke zaak. Betrokkene heeft na deze uitspraak een nieuwe aanvraag ingediend, waarop appellant besloot de toeslag vanaf 12 september 2003 voort te zetten. De rechtbank vernietigde dit besluit en beval een nieuwe beslissing.
De Raad bevestigt dat de toeslag met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2003 moet worden toegekend, ook als de aanvraag niet volledig is ingediend. Voor de periode vóór 1 januari 2003 geldt dat het verzoek moet worden gezien als een verzoek om terug te komen op het eerdere besluit tot afbouw. De Raad ziet geen reden om af te wijken van eerdere uitspraken en bevestigt dat appellant een nieuwe beslissing moet nemen met inachtneming van deze overwegingen.
Daarnaast wijst de Raad op het recht van betrokkene op vergoeding van wettelijke rente over de na te betalen toeslag en wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af omdat geen kosten zijn gevorderd.
Uitkomst: De Raad bevestigt vernietiging van het besluit en draagt appellant op een nieuwe beslissing te nemen met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2003.