ECLI:NL:CRVB:2007:AZ9870
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens onjuiste woonplaatsinformatie
Appellant ontving bijstand sinds april 2001 en woonde volgens het College sinds januari 2004 niet meer in de gemeente Alphen aan den Rijn, maar bij een vrouw in ’s-Gravenhage met wie hij volgens Islamitische gebruiken was gehuwd. Sociale recherche voerde onderzoek uit, waaronder dossieronderzoek, huisbezoeken en getuigenverhoren.
Het College trok de bijstand met ingang van 1 januari 2004 in en vorderde de kosten terug over de periode tot mei 2004. Appellant maakte bezwaar en ging in beroep tegen de intrekking en terugvordering. De rechtbank wees het beroep af en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit in hoger beroep.
De Raad oordeelt dat appellant zijn inlichtingenverplichting schond door niet te melden dat hij was verhuisd en dat zijn inboedel nog steeds bij de vrouw in ’s-Gravenhage stond. De verklaring van de vrouw en de bevindingen bij huisbezoeken ondersteunen dit. Het College handelde binnen zijn beleidsruimte en er waren geen dringende redenen om van intrekking of terugvordering af te zien.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering wegens schending van de inlichtingenplicht.