ECLI:NL:CRVB:2007:BA1107
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen terugvordering onverschuldigd betaalde WAO-uitkering
De zaak betreft het hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tegen een uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad die de terugvordering van een onverschuldigd betaalde WAO-uitkering aan betrokkene had vernietigd. Betrokkene had een WAO-uitkering ontvangen die later met terugwerkende kracht werd ingetrokken omdat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg.
De rechtbank oordeelde dat appellant had moeten onderzoeken of verrekening van de onverschuldigd betaalde WAO-uitkering met de WW-uitkering mogelijk was en vond dat de gevolgen van terugvordering niet volledig voor rekening van betrokkene mochten komen. De rechtbank zag in de situatie bijzondere omstandigheden die een dringende reden vormden om af te zien van terugvordering.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat de financiële problemen van betrokkene geen dringende reden vormen om van terugvordering af te zien. Ook het argument van terugwerkende kracht van de intrekking wordt niet als dringende reden erkend. Schending van algemene beginselen van behoorlijk bestuur kan niet leiden tot het aannemen van een dringende reden.
Daarom wordt het hoger beroep van appellant gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van betrokkene ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene tegen de terugvordering van de WAO-uitkering wordt ongegrond verklaard.