ECLI:NL:CRVB:2007:BA2349
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- A.B.J. van der Ham
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens niet gemelde inkomsten uit arbeid
Appellante en haar echtgenoot ontvingen een bijstandsuitkering naast inkomsten uit arbeid van de echtgenoot. Na een onderzoek van de sociale recherche, ingegeven door een dwangbevel van de Belastingdienst, stelde het College vast dat de echtgenoot sinds 1996 aanzienlijk meer uren werkte dan gemeld en dat het werkelijke inkomen niet volledig was opgegeven.
Het College besloot daarom de bijstand met terugwerkende kracht in te trekken over de periode van 1 juli 1997 tot 31 december 2003 en vorderde een bedrag van € 73.963,42 terug. Appellante maakte bezwaar en stelde beroep in, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep betwistte zij de uitspraak.
De Raad oordeelde dat de intrekking terecht was omdat de echtgenoot een inkomen had kunnen ontvangen gelijk aan de bijstandsnorm en dit niet had gemeld, waarmee de inlichtingenplicht was geschonden. De beleidsregel van het College om bij niet-nakoming van deze plicht over te gaan tot intrekking werd als redelijk beoordeeld. Er waren geen bijzondere omstandigheden om hiervan af te wijken. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering over de periode 1 juli 1997 tot 1 juli 2001 wordt bevestigd wegens niet gemelde inkomsten uit arbeid.