ECLI:NL:CRVB:2007:BA2447
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.M. van Male
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Ongerechtvaardigde weigering medewerking huisbezoek bij WWB-uitkering
Appellant heeft op 2 mei 2005 een bijstandsuitkering aangevraagd bij het Dagelijks Bestuur van de Intergemeentelijke sociale dienst. Na het verzoek om aanvullende documenten en uitnodigingen voor gesprekken, weigerde appellant op 7 juni 2005 medewerking aan een direct af te leggen huisbezoek, ook na een bedenktijd van een kwartier.
Het Dagelijks Bestuur stelde dat appellant zijn medewerkingsplicht schond, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en deze uitspraak werd in hoger beroep bevestigd door de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat op basis van concrete, objectieve feiten en omstandigheden, waaronder een gewijzigd huurcontract, het ontbreken van sleutels en tegenstrijdige verklaringen over de verblijfplaats, het Dagelijks Bestuur terecht twijfelde aan de juistheid van de opgegeven woongegevens. De door appellant aangevoerde dringende afspraak was onvoldoende zwaarwegend om de noodzaak van het huisbezoek te weerleggen.
Daarmee was de weigering van medewerking onrechtmatig en kon het Dagelijks Bestuur de bijstand weigeren. De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde de eerdere uitspraak.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van medewerking aan het huisbezoek is terecht geacht.