ECLI:NL:CRVB:2007:BA2764
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- R.H.M. Roelofs
- L.H. Waller
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing weigering bijzondere bijstand en intrekking algemene bijstand
Appellant ontving bijstand als alleenstaande ouder en vroeg bijzondere bijstand aan voor orthodontiekosten van zijn minderjarige dochter nadat de ziektekostenverzekeraar deze kosten niet vergoedde. Het College wees de aanvraag af en trok later de algemene bijstand in vanwege detentie van appellant. De rechtbank vernietigde het besluit tot weigering van bijzondere bijstand, maar handhaafde de intrekking van algemene bijstand.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat appellant ten tijde van de aanvraag geen aanspraak had op een voorliggende voorziening, waardoor het College ten onrechte de bijzondere bijstand heeft geweigerd. Tevens stelt de Raad vast dat het College het buitenwettelijk begunstigend beleid omtrent terugwerkende kracht van bijzondere bijstand niet consistent heeft toegepast, wat in strijd is met artikel 4:84 Awb Pro.
Ten aanzien van de intrekking van algemene bijstand bevestigt de Raad dat appellant rechtens zijn vrijheid was ontnomen gedurende de detentieperiode, waardoor het College bevoegd was de bijstand in te trekken. Er waren geen dringende redenen om hiervan af te wijken. De Raad veroordeelt het College in de proceskosten en bepaalt dat het College een nieuw besluit op bezwaar neemt over de bijzondere bijstand.
Uitkomst: Besluit tot weigering bijzondere bijstand wordt vernietigd, intrekking algemene bijstand blijft in stand.