ECLI:NL:RBARN:2007:BB1972
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens detentie en uitleg begrip 'rechtens zijn vrijheid is ontnomen'
De rechtbank Arnhem behandelde het beroep tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen tot intrekking en terugvordering van bijstand over de periode 10 september 2006 tot en met 17 oktober 2006. Verweerder had de uitkering herzien en teruggevorderd omdat eiser gedurende deze periode gedetineerd was. Eiser voerde aan dat artikel 13, eerste lid, aanhef en sub a, van de WWB niet van toepassing was omdat hij nog niet was veroordeeld en dat het artikel pas zou gelden vanaf het moment van inbewaringstelling door de rechter-commissaris.
De rechtbank overwoog dat het begrip 'rechtens zijn vrijheid is ontnomen' in artikel 13 WWB Pro ook de voorlopige hechtenis omvat, zoals vastgesteld in eerdere uitspraken van de Centrale Raad van Beroep. Daarnaast werd geoordeeld dat ook de inverzekeringstelling en het ophouden voor verhoor en ter identificatie, gezamenlijk aangeduid als 'voorarrest', hieronder vallen. Dit is gebaseerd op de wettelijke bepalingen in het Wetboek van Strafvordering en de Memorie van Toelichting bij de Wet sociale zekerheidsrechten gedetineerden.
Omdat eiser niet betwistte dat hij gedurende de gehele periode in voorarrest verbleef, werd het bestreden besluit gehandhaafd. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak bevestigt dat alle vormen van vrijheidsbeneming in het kader van strafrechtelijke procedures leiden tot uitsluiting van recht op bijstand volgens de WWB.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking en terugvordering van bijstand wegens detentie en voorarrest wordt ongegrond verklaard.