ECLI:NL:CRVB:2006:AY0156
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit bijzondere bijstand woninginrichting wegens onjuiste wettelijke grondslag
Appellant vroeg bijzondere bijstand aan voor kosten van woninginrichting in verband met een verhuizing. Het College wees de aanvraag af op basis van de Algemene bijstandswet (Abw). De rechtbank bevestigde dit besluit. In hoger beroep oordeelt de Raad dat de Wet werk en bijstand (WWB) van toepassing is, niet de Abw, omdat het hier gaat om incidentele bijstand en het overgangsrecht dit niet anders regelt.
De Raad vernietigt daarom het besluit en de uitspraak van de rechtbank. De Raad overweegt dat kosten van woninginrichting incidentele noodzakelijke kosten zijn die in principe uit het inkomen moeten worden betaald, tenzij bijzondere omstandigheden dit onmogelijk maken. Appellant kon volgens de Raad maandelijks reserveren uit de bijstand, en schulden of keuzes zoals een reis naar Suriname vormen geen bijzondere omstandigheden.
Verder is onvoldoende gebleken van een onvoorwaardelijke toezegging van bijzondere bijstand door het College, zodat het vertrouwensbeginsel niet slaagt. De Raad laat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand en veroordeelt het College tot betaling van proceskosten en griffierechten aan appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van 25 mei 2004 vernietigd wegens toepassing van onjuiste wettelijke grondslag.