ECLI:NL:CRVB:2007:BA4475
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.Th. Wolleswinkel
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van strafontslag wegens bezit, gebruik en verstrekking van XTC door politieambtenaar
Appellant was sinds 1996 werkzaam bij de politieregio Amsterdam-Amstelland en werd op 15 maart 2003 ontslagen wegens ernstig plichtsverzuim, omdat hij zich schuldig zou hebben gemaakt aan het bezitten, gebruiken en verstrekken van XTC. Dit besluit werd gehandhaafd na bezwaar en door de rechtbank Amsterdam bevestigd.
In hoger beroep betwist appellant de feiten, onder meer omdat hij strafrechtelijk is vrijgesproken van het verstrekken van XTC-pillen. De Raad hecht echter meer waarde aan de verklaringen van vier collega’s die onafhankelijk en eenduidig het gebruik en de verstrekking van XTC door appellant bevestigen. De Raad acht de stelling van rancune niet aannemelijk.
De Raad oordeelt dat het disciplinaire ontslag terecht is opgelegd, mede vanwege de ernst van het plichtsverzuim, het feit dat appellant ook collega’s betrok bij het drugsgebruik, zijn ervaren positie en het ontbreken van een open houding tijdens het onderzoek. De straf is niet onevenredig en het vertrouwen in appellant is onherstelbaar beschadigd.
De vrijspraak in de strafzaak heeft volgens vaste jurisprudentie geen doorslaggevende betekenis in het ambtenarentuchtrecht, waar minder strenge bewijsregels gelden. De Raad bevestigt daarom het ontslag en wijst een vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: Het disciplinaire ontslag van appellant wegens bezit, gebruik en verstrekking van XTC wordt bevestigd.