ECLI:NL:CRVB:2012:BZ3638
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor advocaatkosten wegens verwijtbaar gedrag en beleidsgebrek
Appellanten ontvangen sinds 1987 bijstand en kregen in 2009 een verlaging van hun bijstand wegens onvoldoende medewerking aan arbeidsinschakeling. Zij vroegen bijzondere bijstand aan voor advocaatkosten die zij in 2008 en 2009 maakten. Het college wees deze aanvraag af op grond van artikel 18 WWB Pro en gemeentelijk beleid dat bijzondere bijstand weigert bij passief gedrag ten aanzien van uitstroom.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond, maar appellanten gingen in hoger beroep. De Raad oordeelt dat artikel 35 WWB Pro geen ruimte biedt om verwijtbaar gedrag te beoordelen bij bijzondere bijstand, dit moet via artikel 18 WWB Pro en de bijbehorende verordening. Het college heeft het beleid toegepast dat bijzondere bijstand kan worden geweigerd bij verwijtbaar gedrag, maar heeft de subsidiaire grondslag, namelijk het gemeentelijk beleid over kruimelvoorzieningen, niet betrokken.
De Raad constateert dat zes van de acht toevoegingen binnen twaalf maanden voor de aanvraag vielen en dat het college erkende dat advocaatkosten onder het beleid over kruimelvoorzieningen kunnen vallen. Omdat het college dit niet heeft meegewogen, ontbreekt een draagkrachtige motivering. De Raad draagt het college op het besluit binnen vier weken te herstellen door het beleid over kruimelvoorzieningen te betrekken.
Uitkomst: Het college wordt opgedragen het besluit te herstellen door het beleid over kruimelvoorzieningen te betrekken bij de beoordeling van de bijzondere bijstand voor advocaatkosten.