ECLI:NL:CRVB:2007:BB7267
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- K. Zeilemaker
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt besluit intrekking bijstand tijdens elektronische detentie wegens strijd met IVBPR
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en onderging van 4 mei tot 29 juni 2005 een gevangenisstraf in de vorm van elektronisch gecontroleerd huisarrest (ED). Het College van burgemeester en wethouders van Utrecht trok de bijstand gedurende deze periode in en vorderde de kosten terug, met toepassing van artikel 13 WWB Pro dat bijstand uitsluit bij vrijheidsontneming.
Appellant voerde aan dat er sprake was van rechtsongelijkheid ten opzichte van personen die onder elektronisch toezicht stonden in het kader van een penitentiair programma, die wel bijstand ontvingen. De Raad oordeelde dat ED een vorm van vrijheidsontneming is en dat artikel 13 WWB Pro in beginsel van toepassing is. Echter, het onderscheid tussen deelnemers aan penitentiaire programma's en personen zoals appellant is niet gerechtvaardigd volgens artikel 26 van Pro het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR).
De Raad stelde vast dat de uitsluiting van bijstand tijdens ED niet proportioneel is, omdat de vergoeding van het ministerie van Justitie onvoldoende is om in noodzakelijke kosten te voorzien. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het College, en bepaalde dat het College een nieuw besluit op bezwaar moet nemen, met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het College veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand tijdens elektronische detentie wordt vernietigd en het College wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.