ECLI:NL:CRVB:2013:CA2940
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- P.W. van Straalen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor woninginrichting transmuraal verlofgerechtigde tbs-er
Betrokkene, een tbs-er met transmuraal verlof, vroeg bijzondere bijstand aan voor de kosten van woninginrichting. Het college wees dit af op grond van artikel 13, eerste lid, aanhef en onder a, van de WWB, omdat betrokkene rechtens zijn vrijheid was ontnomen en hij niet viel onder de uitzonderingen in het Besluit extramurale vrijheidsbeneming.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit, stellende dat het onderscheid tussen proefverlof en transmuraal verlof ongerechtvaardigd was en in strijd met het gelijkheidsbeginsel. Het college ging hiertegen in hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het onderscheid tussen proefverlof en transmuraal verlof objectief en redelijk is, mede vanwege het intensievere toezicht tijdens transmuraal verlof en het doel van het Besluit om dubbele betaling te voorkomen. Wel stelt de Raad vast dat het college in de praktijk een vaste gedragslijn volgde waarbij aan transmuraal verlofgerechtigden toch bijzondere bijstand werd verleend, en dat het college onrechtmatig handelde door zonder goede reden hiervan af te wijken bij betrokkene.
De Raad bevestigt daarom de vernietiging van het besluit, maar op andere gronden dan de rechtbank, en beveelt een nieuwe beslissing op bezwaar. Tevens veroordeelt de Raad het college in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: De aanvraag bijzondere bijstand wordt afgewezen, maar het college handelde onrechtmatig door zonder goede reden af te wijken van een vaste gedragslijn.