ECLI:NL:CRVB:2007:BB8059
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- R. Kooper
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid staatssecretaris voor gezondheidsklachten militair na uitzending Cambodja
Appellant, een militair uitgezonden naar Cambodja in het kader van een VN-vredesmissie, stelde de staatssecretaris aansprakelijk voor ziekten en aandoeningen die hij na terugkeer ontwikkelde. De staatssecretaris wees dit verzoek af wegens gebrek aan causaal verband tussen uitzending en klachten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad verwijst naar uitgebreid wetenschappelijk onderzoek (Post-Cambodja Klachten Onderzoek) waaruit geen eenduidige somatische oorzaak voor de klachten bleek. Hoewel het Stappenplan Keuringstraject CKc rechtspositionele voorzieningen mogelijk maakt zonder strikt causaal verband, is dit niet bedoeld voor schadevergoedingsclaims. De Raad oordeelt dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de klachten door de uitzending zijn veroorzaakt.
Verder stelt de Raad vast dat de staatssecretaris niet tekort is geschoten in zijn zorgplicht als werkgever. Wel constateert de Raad een overschrijding van de redelijke termijn in de besluitvorming, waardoor de Staat wordt veroordeeld tot een immateriële schadevergoeding van € 500,- en vergoeding van proceskosten. De vernietiging van het bestreden besluit leidt niet tot wijziging van de rechtsgevolgen.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt niet aansprakelijk gehouden voor de gezondheidsklachten, maar de Staat wordt veroordeeld tot een immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.