ECLI:NL:CRVB:2007:BC0079
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt afwijzing machtiging abdominoplastiek wegens onjuiste maatstaf
Appellante had na het plaatsen van borstprotheses in 1978 en een daaropvolgende gewichtsafname een verzoek ingediend voor een abdominoplastiek vanwege hinder van buikhuidsurplus. CZ weigerde de machtiging op grond van het ontbreken van aantoonbare lichamelijke functiestoornissen, waarbij zij een strenger criterium hanteerde dan de regeling voorschrijft.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellante het beroep tegen het eerste besluit niet tijdig had ingesteld en verklaarde dat beroep niet-ontvankelijk. Het beroep tegen het tweede besluit was wel ontvankelijk en gegrond.
De Raad stelde dat de door CZ gehanteerde maatstaf onjuist was en dat de hinder bij het slapen door het huidsurplus wel degelijk als aantoonbare lichamelijke functiestoornissen moet worden aangemerkt. Omdat de operatie inmiddels was uitgevoerd, kwam een nader medisch onderzoek niet meer aan de orde en droeg CZ het risico daarvan.
De Raad vernietigde het besluit van CZ en verleende de machtiging voor de abdominoplastiek, en veroordeelde CZ tot vergoeding van de proceskosten van appellante.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt het besluit van CZ en verleent de machtiging voor de abdominoplastiek, terwijl het beroep tegen het besluit voor de borstoperatie niet-ontvankelijk wordt verklaard.