ECLI:NL:CRVB:2008:BC4319
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Verlening machtiging voor verwijderen huid- en vetsurplus onder bovenarmen wegens aantoonbare functiestoornissen
Appellante vroeg bij CZ een machtiging aan voor het verwijderen van extreem huid- en vetsurplus onder haar bovenarmen na een gewichtsverlies van 30 kilogram. CZ weigerde de machtiging op grond van het ontbreken van aantoonbare lichamelijke functiestoornissen en kwalificeerde het probleem als cosmetisch. Appellante maakte bezwaar en stelde beroep in tegen het besluit. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat volgens haar geen sprake was van een bewegingsbeperking die een functiestoornis zou aantonen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de voorwaarde van aantoonbare lichamelijke functiestoornissen objectief moet zijn en dat CZ ten onrechte een criterium van ernstige functiestoornissen hanteerde. Medische stukken, waaronder een verklaring van de huisarts, toonden aan dat appellante hinder ondervond bij bewegingen, met name in haar werk als bloemiste. Omdat de ingreep inmiddels was uitgevoerd, kon nader medisch onderzoek geen uitsluitsel meer geven, maar dit risico kwam voor rekening van CZ.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en verleende zelf de machtiging voor de ingreep. Tevens werd CZ veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellante.
Uitkomst: De machtiging voor het verwijderen van huid- en vetsurplus onder de bovenarmen wordt verleend en CZ wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.