ECLI:NL:CRVB:2008:BC4120
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Blijvende weigering WW-uitkering wegens ontslag zonder zwaarwegende reden
Betrokkene was tijdelijk in dienst bij de gemeente Maastricht en nam op eigen verzoek ontslag per 1 juni 2004 om als zelfstandige te starten. Na het mislukken van deze zelfstandige activiteiten vroeg hij een WW-uitkering aan. Het UWV kende deze toe met ingang van 3 januari 2005, maar de gemeente maakte bezwaar omdat betrokkene door eigen toedoen werkloos was geworden.
De rechtbank vernietigde het besluit van het UWV omdat de WW-uitkering ten onrechte met terugwerkende kracht werd beëindigd en oordeelde dat betrokkene terecht werd verweten dat hij door ontslag geen passende arbeid behield, maar dat dit hem niet in overwegende mate kon worden verweten. De gemeente ging hiertegen in hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het ontslag van betrokkene verwijtbaar was omdat voortzetting van het dienstverband redelijkerwijs van hem kon worden gevergd. De Raad bevestigde dat de maatregel van blijvende weigering van de WW-uitkering niet meer kon worden geëffectueerd vanwege artikel 22b van de WW. Tevens werd de gemeente veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat betrokkene verwijtbaar werkloos is geworden door ontslag zonder zwaarwegende reden en wijst het hoger beroep van de gemeente af.