ECLI:NL:CRVB:2008:BC6716
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- G.A.J. van den Hurk
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet-melding bezit onroerend goed in buitenland
Appellante ontving bijstand op grond van de Algemene bijstandswet (Abw). Het College van burgemeester en wethouders van ’s-Gravenhage trok de bijstand in en vorderde terug vanwege het niet melden van bezit van onroerend goed op Aruba. De Raad stelde vast dat appellante vanaf 1 januari 2001 beschikte over vermogen dat de bijstand uitsloot, maar niet over de periode daarvoor.
De Raad oordeelde dat het College ten onrechte de bijstand over de periode van 1 juli 1997 tot 1 januari 2001 introk en dat het besluit over die periode vernietigd moest worden. Over de periode van 1 januari 2001 tot 30 juni 2003 bleef de intrekking in stand. Tevens werd het College opgedragen een nieuw besluit te nemen over terugvordering en invordering.
Daarnaast constateerde de Raad een overschrijding van de redelijke termijn voor het nemen van het besluit op bezwaar, waardoor appellante immateriële schade leed. De gemeente ’s-Gravenhage werd veroordeeld tot een schadevergoeding van € 500 en tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De intrekking van bijstand over 1 juli 1997 tot 1 januari 2001 wordt vernietigd, over de periode daarna gehandhaafd, met een schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn.